Karabash

De Karabash of Anatolische Herdershond is een schaapherdershond met een oude historie. Het is een grote, snelle, hardwerkende buitenhond met een onafhankelijke aard. Dit soort honden treft men van de Anatolische hoogvlakte in Turkije in Afghanistan aan. De schaapherders van Klein Azië couperen de oren en geven hen een halsband met ijzeren pennen om, zodat ze nog beter in staat zijn de kudden tegen roofdieren te verdedigen.

De Karabash kan de gehele dag buiten zijn, maar het is vel beter hem in het gezin op te nemen en in huis te laten; hij wordt dan handelbaarder en een goede metgezel.

Dit is een hond die zich onmiddellijk aan een persoon hecht, zijn baas; wel accepteert hij de andere gezinsleden en bekenden, maar volgzaam is hij alleen voor de baas.

Hij heeft behoefte aan veel liefde en moet al jong overal mee naartoe worden genomen en geleerd worden zich sociaal te gedragen, want anders kan hij te bezitterig worden. Van nature gaat de Anatolische Herdershond vreedzaam met andere huisdieren om en hij heeft een zeer goed geheugen. Wanneer hij af en toe zwaar tegen u aanleunt, betekent dat u geheel bent geaccepteerd.

Lichaamsbeweging

De Karabash is bepaald niet geschikt als huisdier in de stad, want hij heeft behoefte aan zeer vel ruimte om zijn energie met hard werken kwijt te raken. Dit doet hij op zichzelf, dus het is niet nodig dat u hem op de gebruikelijke wijze uitlaat. Er wordt wel gezegd dat een man de gehele dag met deze hond zou moeten gaan lopen om hem genoeg lichaamsbeweging te geven. Het ras is van nature actief en speels en voelt zich uitstekend in een grote, goed omheinde tuin.

Voor een grote hond is de Karabash opvallend snel en sierlijk: men heeft snelheden van 55 km per uur gemeten.

Uiterlijke verzorging

De Anatolische Herdershond heeft de natuurlijke gewoonte met regelmatige tussenpozen op te staan, vooral 's nachts, en zijn gebied te controleren, waarna hij zich weer op een andere plaats ter ruste legt. Hierdoor blijft zijn vacht opvallend schoon. Een geregelde borstelbeurt doet hem echter goed.

Voeding

Een hond van deze afmetingen heeft per dag behoefte aan ongeveer 1 kg blikvlees, aangevuld met een gelijke hoeveelheid hondenbrood, of een dergelijke portie vers vlees. Het ras is dus zeker niet goedkoop in onderhoud. Af en toe moeten ze ook zachte botten hebben; ze hebben deze voor hun lichamelijke ontwikkeling kennelijk nodig.

Oorsprong en geschiedenis

Sedert de tijden van Babylon kwam er in dit gebied een ras van grote honden met een zware kop voor. Ze werden als legerhonden gebruikt en bij de jacht op groot wild, zoals leeuwen en paarden. Op sommige Assyrische reliefs (o.a. in het British Museum, in Londen) zijn hier spectaculaire voorbeelden van te zien.

In hun vaderland Turkije blijven deze honden niet bij de schapen, maar patrouilleren rondom de kudde, waarbij ze vaak en hogere standplaats opzoeken om een beter uitzicht te hebben en eventueel een vijand beter te kunnen ruiken. Ze doorzoeken het gebied waar de schapen naartoe trekken, waarbij ze elk bosje en elke onregelmatigheid in het terrein onderzoeken op eventuele problemen. Bemerken ze iets, zelfs als dit een bewegende wangen is, dan splitsen ze zich en omsingelen het gevaar met grote snelheid. Deze tactiek is ingeboren en fascinerend om te zien.

RASPUNTEN

Algemene kenmerken. Een actief werkras, oorspronkelijk in gebruik als beschermer van schapen, ongeschikt voor een stadsleven. Een harde werker, die goed bestand is tegen uitersten wat betreft hitte en koude. Standvastig en robuust, zonder onnodige agressie; zelfstandige aard, zeer schrander en goed af te richten.

Kleur. Alle tinten reebruin. Witte sokken en borstvlek komen veel voor. De grootte van het karakteristieke zwarte masker varieert van een geheel zwart oren tot een weinig zwart bij de snuit.

Hoofd en schedel. Groot en breed tussen de oren, met een lichte stop. Het hoofd van een volwassen reu is breder dan dat van een teef. De voorsnuit maakt een derde uit van de totale lengte van het hoofd. Enigszins hangende zwarte lippen. Vierkant profiel. Neus zwart.

Staart. Het benige gedeelte reikt ten minste tot het spronggewricht. Vrij hoog aangezet. In rust laag gedragen, met een lichte krul, maar in actie hoog en over de rug gekruld, met name bij de reu.

Voeten. Behoorlijk sterke voeten met goed gebogen tenen. Nagels kort en grijs of zwart, afhankelijk van de vachtkleur.